Lompat ke isi

Halaman:Mĕnangkabausch-Maleische zamenspraken; Si-Daud Radja Medan, 1872.pdf/63

Dari Wikibasurek
↓Laman ko alah sah

XXXIV

Takó (of tókó?) straks (van den verleden tijd); zie bako.

Tamoe; manamoei, bezoeken.

Tampe' = tampat.

Tan, deze, dit; hier.

Tandei, op, afgebruikt, van kleeren, een huis, een afgejaagd bosch, in den handel verloren geld.

Tangèk, tegenhouden, afsluiten, zoodat iets ergens niet uit kan (marangè); ook van een kind, kort gehouden.

Tangka = tangkar, twisten.

Tantoe; manantoe: ta' m. dèk ang, het is niet zeker voor u.

Taoen; pataoenan, jaarlijksche opbrengst, oogst.

Tarik, nemen, ambil; inslaan, van koopwaren; in pand nemen.

Tau = atau.

Tawa = tawar; ook medicijnen gereed maken? bl. 50.

Tawal = tawar; tawali, bezweren.

Tè ¹) = = sakètèk.

2) = tjiè.

3) (tèh) = (di)atas.

Tiagó (baniaga); handel, waar. Tiagan, paniagaän.

Tibo sambah sajó t. di datoe'; ook wel weggelaten in deze formule.