Lompat ke isi

Halaman:Mĕnangkabausch-Maleische zamenspraken; Si-Daud Radja Medan, 1872.pdf/65

Dari Wikibasurek
↓Laman ko alah sah

XXXII

²) moorden? bl. 33. 17.

Salah , ook schuldig zijn, van eene boete voor een misdrijf; schuld, oetang.

Salaró, bl. 40. 13: hoe groot?

Samalero? = sihap , hersteld zijn.

Sambarak , voordeel, geluk.

Sangap en sungè’? = sangat.

Sanggó, haarwrong, wat elders kondé heet (waarmee hier de korte haartjes op het voor- hoofd bedoeld worden); boengó s. haarspelden in den vorm van bloemen.

Saragó, op den tijd dat, wanneer, als.

Saro’, opscheppen, inscheppen.

Sarah: manjarahkan, zich tot iemand wenden.

Sarikat: basarikat, voor gezamenlijke rekening handel drijven.

Sarong: mané nan boengkoe’ ma di makan dé’sarong , d. i. het verkeerde zal eenmaal open- baar worden. De zin zal moeten aangevuld wor- den en dan vertaald: wat krom is en in de schede gedaan wordt (past er niet in), of wat (of hoe, voor bageimana) dat krom is, past in de schede?

Sia = siapa.

Sibatkan voor isibatkan, voor waar houden.

Sibar, geweven inzetsel in een baadje, van onder den arm tot beneden aan toe.

Sihat = sihap , hersteld zijn.