↓Laman ko alah sah
xxv
soeratnja k. zijn brief is fraai van stijl en vorm.
- Bakako’, klaar hebben.
Mangako’ , het sawahwerk klaar mak en, verrichten.
- Komari 1) hierheen.
- 2) gisteren, bl. 9 v. o.
- Kono zie kanei.
Kotat; bakotat, kraaijen van een haan; repliceren bij schelden of vechten.
L.
La (of lah?) 1) = lah, maar ook voor aan geschreven, zie! kijk!
2) = télah. La la, zie! reeds.
Lai 1) = lagi.
2)ja, wel; J. djén tidak, d. i. in alle omstandigheden. Ook wel in vragen; lai ta kan, zoude het er niet zijn?
Lakang, gebarsten van droogte , bijy. de grond, de lippen, hout.
Lake’ (= lékat) het toedienen van medi- cijnen bl. 50; badjoe talake’ dibadané , hij heeft het baadje aan. Malakékan, van kleeren, van medicijnen.
Lakéh = lékas.