scheid tusschen ò en å is, naar het mij voorkomt, geen ander dan dat ò de korte å is? – De uitspraak van de a als å (b) schijnt alleen op het einde der woorden plaats te hebben, zoodat men zegt manó, apó, siapó, doch verkort ma, a, sia, hetgeen niet schijnt te veranderen al komt er een suffix bij, bijv. katókan (of katóan), evengoed als katóó, lapekan. In een paar woorden vind ik naast b ook ei, t. w. naast kònó (welks ò, even als de eerste in kòkò' wel met de e'zal overeenkomen (zie de volg. bladz.) en dus ò, niet ó moeten worden geschreven) ook kanei, naast rasó rasei, de gewoon Maleische woorden kena en rasa. Of lódang voor ladang goed kan zijn durf ik niet zeggen – Ja wordt na een a, i, bijv. in air, bair, voor ajar, bajar.
Voorts is nog optemerken, dat de slot-m in n verandert, als baloen, malin; dat de nj soms een n wordt, als poena, soeni, en dat de tj aan het begin van drielettergrepige woorden voor de gewoon Maleische t (doch andersom nantji voor nanti), even als de b voor de m, in de plaats komt, en zoo zullen er bij eene uitvoeriger behan- deling van dit onderwerp nog wel meer bijzonder- heden vallen optemerken.
Bij het behandelen van de uitspraak moet ook van de verkorting gewag gemaakt worden, die vele woorden ondergaan door het verlies van de eerste of de laatste lettergreep. Zoo zegt men