XI
nant soms terugtekeeren. De ongelijkmatige spelling van onzen tekst verbiedt ons wel daaruit gevolgtrekkingen te maken, maar dat de consonant vóór de suffixen i en an, door zich met deze te verbinden, terugkeert, is niet onmogelijk; terwijl ik echter in den tekst ampèsi vindt en niet ampèï of ampèhi, zie ik daarentegen wederom elders kahabian voor kahabisan. – De k van het suffix kan zie ik dikwijls door ' vervangen. Na een vokaal zou zich zoo iets bevredigend laten verklaren, maar het komt ook voor in djarang'an, bangoen'an, waar men misschien het wegvallen van de k na de nasaal van den actieven-werkwoordsvorm hiermede zal hebben te vergelijken.
Zoo er een kof h volgt worden de oe en i, zegt v. d. T., niet zuiver maar met een a er achter uitgesproken, die naauwelijks verneembaar is als er een volgt en die hij door wa en ja, "maar vokalischer » uitdrukt, zoodat ze naar oea en ia zullen gelijken, mits wederom éénlettergrepig uitgesproken: dus liever oe" ia. Daarentegen heeft wa, volgens hem, aan het einde van een woord den klank van ò, wanneer ik ten minste zijne woorden goed begrijp, dat »het Menangkabausch vertegenwoordigt wa als slotklank door o (geslotene klank ò); bijv. djao, djio, bao=djawa, djiwa, bawa enz." Men zou in deze woorden de laatste a als å uitgesproken hebben verwacht; of is dit ook soms de bedoeling, want het onder-