Lompat ke isi

Halaman:Mĕnangkabausch-Maleische zamenspraken; Si-Daud Radja Medan, 1872.pdf/88

Dari Wikibasurek
↓Laman ko alah sah

IX

van den heer v. d. T. wordt de s door een h teruggegeven en als voorbeeld der uitspraak van de r en l aan het eind van een woord, waar zij telkens verwisseld worden, het engelsche woord prefer opgegeven. Het weglaten van die letters laat hij blijkbaar niet in zulk een omvang toe als het hier wordt toegepast; de woorden, zegt hij, welke op die letters eindigen, hebben dikwijls een bijvorm met k als sluiter; doch wanneer ik hier djoewa, asa, timba, pangana, batoe, tahi, en die eerste zelfs met een gerekte ā, geschreven vind voor djoewal, asal, timbal, panganal, batoel, tahil, dan mogen wij het er wel voor houden dat wij hier met iets anders te doen hebben, dan wat door v. d. T. bedoeld wordt.

Op hetgeen ik boven van de k zeide, dien als sluitletter met de p en t gelijkstellende, moet ik nog met een woord terug komen. Immers v. d. T. geeft de kaan het einde der woorden niet door een q terug. Moet ik daaruit opmaken dat die letter door den Menangkabauschen Maleijer daar wel goed gearticuleerd wordt? Ik durf hier natuurlijk niet beslissen. De uitspraak zal wel niet overal eveneens zijn. De Bataks kunnen de slot-k zeer goed doen hooren. – Ook omtrent het behouden of weglaten der h aan het einde der woorden zijn mij geen vaste regels bekend, en zoo heb ik ook de wenschelijkheid van het vasthouden aan den vorm ò', tegenover den eenvoudigen