Lompat ke isi

Halaman:Mĕnangkabausch-Maleische zamenspraken; Si-Daud Radja Medan, 1872.pdf/89

Dari Wikibasurek
↓Laman ko alah sah

VIII

telkens in het Maleisch terugkeeren, mist men er, terwijl juist in hun plaats geheel vreemde komen. En deze onverstaanbaarheid wordt vergroot door de verandering die vele, anders uit het gewone Maleisch bekende, woorden in de uitspraak ondergaan. In de Tobasche Spraakkunst door H. N. van der Tuuk, vind ik wat die uitspraak aangaat hoogst belangrijke, doch altijd slechts sporadische, bijdragen, geen geheel. Ik teeken hier omtrent die uitspraak het volgende aan.

De eindconsonanten worden niet duidelijk uitgesproken. De p en t spreken zij op het eind van een woord even slecht uit als zij het de k doen, zoodat beide daar door een' (v. d. T. gebruikt steeds de q) kunnen worden voorgesteld. Van daar dat men in Arabisch schrift de tong- en lipletters, als zij het woord sluiten, verwisselt en bijv. سبت وفاتت geschreven vindt voor فاتب voor Laat ik hier met een opmerken, dat men in het Arabische schrift hetzelfde woord nu eens naar de uitspraak gespeld vindt en dan weer niet, zoodat men het menigmaal anders zal gespeld vinden met de Hollandsche dan met de Arabische letters, door dat een van beiden den ongeschonden vorm van het woord bewaren, de andere de uitspraak volgen. In onzen tekst worden de p en t niet door vervangen, maar eenvoudig weggelaten, zoo als dit ook dikwijls het geval is met de s en met de r en l. In het aangehaalde werk