VII
Hetzelfde bezwaar heeft het gebruik van de teekens ор de andere klinkers opgeleverd en ook dat van de ' is in het handschrift meermalen onregelmatig. Bedenkt men nu hoe het Měnangkabausche dialekt overvloeit van eenlettergrepige woordjes, die dikwijls slechts door een gering verschil in klank van elkaar onderscheiden zijn, zoo als bijv. kŏ (=kå) ko', ka, ka', kau (want hoe onmogelijk is het dikwijls in ons handschrift de a en o te onderscheiden), di, de', ta, tah, toe, toe', to, tè, tau enz., en hoe die woordjes elk voor zich op verschillende wijzen geschreven voorkomen en het Maleische schrift door volstrekt geen regelmaat in acht te nemen de wanorde nog komt vergrooten; dan is het soms een wanhopig werk voor mij geweest om daarin orde te brengen, hetgeen toch in de eerste plaats gebeuren moest, volgens de gulden spreuk van Baco: citius ex errore quam ex confusione veritas emergit. In de woordenlijst heb ik dat, voor zoover het mij mogelijk was, beproefd. Juist in die en dergelijke woordjes ligt eene groote moeijelijkheid voor het goed verstaan van den Měnangkabausch Maleischen tongval. Zij keeren telkens terug en treden in de plaats der ons welbekende in het gewone Maleisch, zoo als de persoonlijke en andere voornaamwoorden, voegwoorden en vele bijwoorden. Dit maakt de taal, wanneer men haar voor het eerst hoort, volstrekt onverstaanbaar. De woordjes, die anders